Weten wat goed voor je is en het tóch niet doen
Je weet vaak prima welk gedrag goed voor je is, maar toch lukt het niet altijd om daarnaar te handelen. Dat heeft niet alleen met motivatie of discipline te maken: stressfysiologie beïnvloedt je executieve functies en daarmee je vermogen om gezonde keuzes vol te houden. In deze blog ontdek je waarom gedragsverandering begint bij je fysiologie en hoe minder stress in je lijf ruimte maakt voor ander gedrag.
STRESS & FYSIOLOGIEBREIN & GEDRAG
Esther van Wageningen
9/21/20263 min lezen


Je weet best dat het verstandig is om tijdens je werk regelmatig pauze te nemen. Je weet dat iedere avond op de bank met een zak chips niet bijdraagt aan een gezonde leefstijl. Waarschijnlijk hoef ik je ook niet uit te leggen dat voldoende bewegen, op tijd naar bed gaan en af en toe ‘nee’ zeggen best goed voor je zijn.
Dat weet je allemaal wel en toch doe je regelmatig het tegenovergestelde.
Hoe kan dat? Ben je dan niet gemotiveerd genoeg? Heb je te weinig discipline? Moet je gewoon wat harder je best doen? Was het maar zo eenvoudig!
Gedrag veranderen is namelijk best ingewikkeld. In mijn boek ‘Daar ga je met je goede gedrag’ leg ik uit dat alleen motivatie niet voldoende is om ander gedrag te laten zien. Je moet het gedrag ook kúnnen uitvoeren, je omgeving moet voldoende meewerken en je brein moet in staat zijn om de juiste vaardigheden in te zetten. Daar komen jouw executieve functies bij kijken.
Executieve functies zijn de regelfuncties van je brein. Ze helpen je bijvoorbeeld bij plannen, prioriteiten stellen, je aandacht ergens bij houden, op tijd aan een taak beginnen en impulsen afremmen. Je gebruikt ze de hele dag door en dus ook als je probeert om gezonder gedrag aan te leren.
Stel dat jij je hebt voorgenomen om na je werk te gaan sporten. Je sporttas staat klaar en je motivatie is prima. Tot je een ontzettend drukke werkdag hebt. Je loopt achter op je planning, krijgt vlak voor vijf uur nog een vervelend mailtje en onderweg naar huis sta je ook nog in de file.
Eenmaal thuis plof je op de bank. Daar ga je met je goede gedrag…
Stressfysiologie heeft direct invloed op jouw executieve functies. Als jouw zenuwstelsel hard aan het werk is, kost dat energie. Vaardigheden zoals plannen, emotieregulatie, flexibiliteit en doelgericht doorzettingsvermogen worden daardoor moeilijker om in te zetten.
Dat betekent niet dat gezond gedrag onmogelijk wordt zodra je stress ervaart. Het betekent wél dat je iets verder moet kijken dan motivatie en wilskracht.
Je moet kijken naar je stressfysiologie.
Dat betekent allereerst dat je je bewust wordt dat er in je lijf van allerlei processen gaande zijn. Fysiologie is de basis van ons bestaan. Zonder ademhaling, bloedsomloop en hartslag, drie voorbeelden van fysiologische processen, zijn we morsdood. Het zijn autonome processen en daar staan we dus doorgaans niet zo bij stil. Tot het moment dat we door stress opeens een verhoogde ademhaling krijgen, een versnelde hartslag en het bloed naar ons hoofd voelen stijgen. Dan opeens merken we ‘hé fysiologie speelt een rol.’ Zo is het ook met stressfysiologie. Je kunt last hebben van onrust, een gejaagd gevoel, een unheimisch gevoel, watten in je hoofd, druk op je borst, spanning in je schouders en/of onrustige ledematen. Allemaal voorbeelden van stressfysiologie. Ook als je geen woorden kunt vinden voor die fysiologie wordt dit vaak duidelijk in een intakegesprek. Iemand maakt een gebaar met zijn handen, een enkele kreet of zuigt iedere keer adem naar binnen (slstt). Al deze taal en gebaren is de sleutel tot het veranderen van gedrag.
Ons lijf en zenuwstelsel zal altijd zorgen voor een balans en als er een disbalans ontstaat gaat jouw beschikbare energie uit naar het herstel van je organen, lijf en ledematen. Deze energie is dan op een gegeven moment op en daar ga je dan met je goede gedrag. Je hebt geen puf meer. En dat klopt. Je energie is op. Je ervaart het gevolg van een disbalans.
We gebruiken vaak het woord opladen, alsof we net als een mobiele telefoon aan het stopcontact gelegd kunnen worden. Opladen zonder die stressfysiologie aan te pakken, is en blijft dweilen met de kraan open.
Eerst fysiologie, dan psychologie. De disbalans moet hersteld worden. Wanneer er een te grote hoeveelheid energie uitgaat naar dingen die niet nodig zijn, betekent het dat je last hebt van onverwerkte stress, emoties en oude pijn. Vaak heb je het met je hoofd wel verwerkt, maar je lijf doet daar niet aan mee. Op al die momenten dat je merkt dat je geen puf meer hebt, zit daar te veel stressfysiologie. Daar zit dus iets van lading op en iets uit het verleden. Gelukkig hoef je niet te weten wat dat is, want stressfysiologie stapelt zich door de loop van de jaren heen.
Iedereen maakt dingen mee die restschade kunnen achterlaten. Dat maakt jou geen watje, geen zeurpiet, geen uitzondering, nee that’s life.
Weten wat stress is één, herkennen van stress bij jezelf is twee. Drie is van aan de slag gaan met je stressfysiologie en vier geeft vervolgens plezier, want dan wordt het veel eenvoudiger om hardnekkige patronen te veranderen.
©2026 Rheset | Algemene voorwaarden | Privacyverklaring | Herroepings-en retourinformatie


Rheset | Esther van Wageningen is eigenaar van de merken 'stressfysioloog' en de 'Stress Fysiologische Aanpak'.
Bedrijfsinformatie
Rheset | Esther van Wageningen
Het Spaarne 23
8253 PE, Dronten
esther@rheset.nl
06-29069566
KvK-nummer: 72908610
BTW-id: NL001595954B53
